Het eindrapport Wij(k) in woord en beeld van de Haagse Hogeschool over de toekomst van de voormalige ziekenhuislokatie Sportlaan is nu beschikbaar op de website.
Goed initiatief van de buurtverenigingen en een interessant project voor HHS studenten. De titel van het rapport is juist, namelijk een “verkenning van de beeldvorming en betrokkenheid van bewoners over bestemming Sportlaan 600 De Haag”. Ik zou voorzichtig zijn met uitspraken zoals “De verkenning ………kan dienen als basis voor beleidskeuzes…[pg 4]”. De onderbouwing hiervoor mist in dit rapport.
Ik zou graag wat meer inzicht gehad hebben in de keuze en toepassing van de literatuur referenties, hoe de centrale vraag en 3 afgeleide specifieke vragen zijn vertaald in de tot standkoming van de vragenlijst (fig 1), hoe de data (verslagen) analyses zijn uitgevoerd (terugkerende thema’s, verschillen tussen buurten en concrete suggesties voor leefbaarheid), en in hoeverre de 3 specifieke vragen zijn beantwoord, met daaraan gekoppeld de belangrijkste bevindingen en conclusies. De gebruikte quotes van de respondenten leveren een krachtige bijdrage aan de inhoud van het rapport.
De benodigde steekproefgrootte (n=400) alleen is niet genoeg om te garanderen dat de resultaten juist zijn. Deze hangt ook af van van de foutmarge en betrouwbaarheid. En als n=400 een significant sample is moet nog gecontroleerd worden of deze representatief is: was de steekproef methode echt willekeurig? Hoe is het steekproef frame N=1500 tot stand gekomen (bijv. inwonerregister?). Tenslotte, als je betrouwbare resultaten wilt hebben voor subgroepen zoals “De woonduur van respondenten per wijk [fig 2]” heb je vaak grotere aantallen nodig – 400 totaal is mogelijk te weinig om nauwkeurige uitspraken te doen voor kleine subgroepen.
1 commentaar
Goed initiatief van de buurtverenigingen en een interessant project voor HHS studenten. De titel van het rapport is juist, namelijk een “verkenning van de beeldvorming en betrokkenheid van bewoners over bestemming Sportlaan 600 De Haag”. Ik zou voorzichtig zijn met uitspraken zoals “De verkenning ………kan dienen als basis voor beleidskeuzes…[pg 4]”. De onderbouwing hiervoor mist in dit rapport.
Ik zou graag wat meer inzicht gehad hebben in de keuze en toepassing van de literatuur referenties, hoe de centrale vraag en 3 afgeleide specifieke vragen zijn vertaald in de tot standkoming van de vragenlijst (fig 1), hoe de data (verslagen) analyses zijn uitgevoerd (terugkerende thema’s, verschillen tussen buurten en concrete suggesties voor leefbaarheid), en in hoeverre de 3 specifieke vragen zijn beantwoord, met daaraan gekoppeld de belangrijkste bevindingen en conclusies. De gebruikte quotes van de respondenten leveren een krachtige bijdrage aan de inhoud van het rapport.
De benodigde steekproefgrootte (n=400) alleen is niet genoeg om te garanderen dat de resultaten juist zijn. Deze hangt ook af van van de foutmarge en betrouwbaarheid. En als n=400 een significant sample is moet nog gecontroleerd worden of deze representatief is: was de steekproef methode echt willekeurig? Hoe is het steekproef frame N=1500 tot stand gekomen (bijv. inwonerregister?). Tenslotte, als je betrouwbare resultaten wilt hebben voor subgroepen zoals “De woonduur van respondenten per wijk [fig 2]” heb je vaak grotere aantallen nodig – 400 totaal is mogelijk te weinig om nauwkeurige uitspraken te doen voor kleine subgroepen.